Kennisbank
Aan welke keurmerken en certificaten moeten zonnepaneelinstallaties voldoen?
Verplichte producteisen
CE-markering
Zonnepanelen en omvormers moeten voldoen aan de Europese productregels die op deze producten van toepassing zijn. Met de CE-markering verklaart de fabrikant dat het product aan deze wettelijke eisen voldoet. De fabrikant moet hiervoor onder andere een technische beoordeling uitvoeren en een EU-conformiteitsverklaring opstellen.
De CE-markering is geen onafhankelijk kwaliteitskeurmerk. Het betekent ook niet dat een Europese instantie het product vooraf heeft goedgekeurd. Er is geen centrale Europese instantie die een CE-certificaat afgeeft.
Vraag bij twijfel aan de leverancier om de EU-conformiteitsverklaring. Daarop staat aan welke Europese regels en normen het product volgens de fabrikant voldoet.
RoHS-richtlijn
De Europese RoHS-richtlijn beperkt het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur. Deze regelgeving geldt ook voor zonnepanelen en omvormers. De fabrikant houdt hiermee rekening bij de CE-conformiteitsbeoordeling.
RoHS is dus geen vrijwillig consumentenkeurmerk, maar Europese productwetgeving.
Normen voor zonnepanelen
NEN-EN-IEC 61215
De NEN-EN-IEC 61215 bevat beproevingsmethoden voor de ontwerpkwalificatie en typekeuring van zonnepanelen. Hierbij wordt onder meer onderzocht of het type zonnepaneel bestand is tegen langdurig gebruik en verschillende omgevings- en weersinvloeden.
Deze norm bepaalt niet uitsluitend het wattpiekvermogen van het zonnepaneel. Het is vooral een norm voor de beoordeling van de duurzaamheid en betrouwbaarheid van het producttype.
NEN-EN-IEC 61730
De NEN-EN-IEC 61730 bevat eisen voor de elektrische en mechanische veiligheid van zonnepanelen. De norm gaat onder andere over de bescherming tegen elektrische schokken, brandgevaar en andere veiligheidsrisico’s.
De International Electrotechnical Commission, afgekort IEC, ontwikkelt deze internationale normen, maar test of certificeert de zonnepanelen niet zelf. Dat gebeurt door onafhankelijke laboratoria en certificatie-instellingen. In Nederland worden internationale en Europese normen onder meer door NEN gepubliceerd.
Aanvullende productnormen
Afhankelijk van de plaats en omstandigheden kunnen aanvullende normen relevant zijn. Zo bestaat IEC 61701 voor de bestendigheid van zonnepanelen tegen zoute nevel. Dit kan van belang zijn in kustgebieden.
Testen en certificeren door TÜV en andere instellingen
Fabrikanten kunnen zonnepanelen en omvormers door onafhankelijke test- en certificatie-instellingen laten onderzoeken. Verschillende TÜV-organisaties voeren dergelijke tests uit.
Een certificaat van een TÜV-organisatie kan aantonen dat een specifiek producttype volgens een bepaalde IEC-norm is getest. TÜV is echter geen afzonderlijk wettelijk verplicht keurmerk voor alle zonnepanelen.
Controleer bij een certificaat altijd:
- op welk merk en producttype het betrekking heeft;
- volgens welke norm het product is getest;
- welke certificatie-instelling het certificaat heeft afgegeven;
- of het certificaat nog geldig is.
Een certificaat van TÜV Rheinland kan worden gecontroleerd via Certipedia. Certificaten van andere TÜV-organisaties of certificatie-instellingen moeten doorgaans via de betreffende organisatie worden gecontroleerd.
Eisen aan de omvormer en aansluiting op het elektriciteitsnet
Requirements for Generators en NEN-EN 50549-1
Een zonnestroominstallatie die op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten, moet voldoen aan technische neteisen. Deze eisen volgen onder andere uit de Europese netcode Requirements for Generators (RfG), de Netcode Elektriciteit en bijbehorende normen.
Voor kleine opwekinstallaties die zijn aangesloten op het laagspanningsnet is NEN-EN 50549-1 belangrijk. De fabrikant of leverancier moet kunnen aantonen dat de omvormer aan de geldende eisen voldoet.
De eisen zijn bedoeld om het elektriciteitsnet veilig en betrouwbaar te laten functioneren. Een omvormer bewaakt onder andere de netspanning en netfrequentie. Komt een waarde buiten de toegestane grenzen, dan kan de omvormer het terugleveren verminderen of tijdelijk stoppen.
Netbeheer Nederland publiceert een lijst met type-A-omvormers waarvan voor Nederland is aangetoond dat ze aan de RfG-eisen voldoen. De eigenaar van een opwekinstallatie is verantwoordelijk voor het voldoen aan de technische eisen en moet dat op verzoek van de netbeheerder kunnen aantonen.
Een zonnestroominstallatie die elektriciteit kan terugleveren, moet daarnaast bij de netbeheerder worden aangemeld.
Eisen aan de installatie
NEN 1010: elektrische veiligheid
De elektrische installatie moet veilig worden aangelegd. NEN 1010 is hiervoor de belangrijkste Nederlandse installatienorm. De norm bevat algemene veiligheidseisen en aanvullende bepalingen voor PV-installaties.
Deze eisen zijn bedoeld om onder andere elektrische schokken en het ontstaan van brand te voorkomen. Bij de aanleg moet bijvoorbeeld worden gekeken naar:
- de beveiliging van kabels en leidingen;
- de aansluiting in de groepenkast;
- de keuze en plaatsing van beveiligingstoestellen;
- de gelijkstroom- en wisselstroomzijde van de installatie;
- aarding, vereffening en bescherming tegen overspanning;
- de bereikbaarheid en veilige plaatsing van componenten.
RVO noemt NEN 1010 de belangrijkste installatienorm voor zonne-energiesystemen. NEN vermeldt dat hoofdstuk 712 van NEN 1010 aanvullende eisen bevat voor PV-installaties. [rvo.nl], [nen.nl]
NEN 7250: montage op daken en gevels
NEN 7250 bevat prestatie-eisen en beproevingsmethoden voor de bouwkundige toepassing van zonne-energiesystemen op daken en gevels. De norm behandelt onder andere de bevestiging van het systeem en de belastingen op het gebouw.
NEN 7250 is niet rechtstreeks als verplichte norm in de bouwregelgeving aangewezen. De norm kan wel worden gebruikt om te beoordelen en onderbouwen of de montage bouwkundig verantwoord is. [nen.nl], [nen.nl]
Besluit bouwwerken leefomgeving
De plaatsing van zonnepanelen moet ook voldoen aan de bouwregels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Daarbij gaat het onder andere om constructieve veiligheid en brandveiligheid.
Zonnepanelen mogen vaak zonder omgevingsvergunning worden geplaatst. Vergunningsvrij betekent echter niet dat er geen technische en bouwkundige eisen gelden. Voor monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en bijzondere plaatsingssituaties kunnen aanvullende regels gelden.
Erkenning van de installateur
InstallQ Zonnestroomsystemen
Voor installatiebedrijven bestaat de erkenningsregeling InstallQ Zonnestroomsystemen. Een InstallQ-erkenning is geen algemene wettelijke voorwaarde om zonnepanelen te mogen installeren. De erkenning kan voor consumenten wel een aanwijzing zijn dat het bedrijf aantoonbaar aan eisen voor vakbekwaamheid en werkwijze voldoet.
Erkende bedrijven zijn te vinden in het Centraal Register Techniek. Zoek daar op de vakdiscipline voor zonnepanelen of zonnestroomsystemen. Ook RVO verwijst bij scholing en certificering van installateurs naar InstallQ.
Een erkenning of certificaat blijft slechts één onderdeel van de keuze voor een installateur. Controleer daarnaast de ervaring, referenties, garantievoorwaarden, aansprakelijkheidsverzekering en afspraken over oplevering en nazorg.
SCOPE 12-inspectie
SCOPE 12 is een inspectieregeling voor zonnestroominstallaties binnen de SCIOS-certificatieregeling. Bij deze inspectie wordt gekeken naar veiligheidsrisico’s van de installatie.
Een SCOPE 12-inspectie is niet standaard wettelijk verplicht voor iedere zonnepaneelinstallatie op een woning. Een inspectie kan wel worden verlangd in een verzekeringsovereenkomst of een andere zakelijke afspraak. Controleer daarom vooraf de voorwaarden van de verzekeraar.
RVO noemt SCOPE 12 als de inspectieregeling voor zonne-energie-installaties.
Stichting OPEN en recycling
Producenten en importeurs die zonnepanelen, omvormers of andere elektrische apparaten voor het eerst op de Nederlandse markt brengen, vallen onder de wettelijke uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
Zij moeten zich registreren bij Stichting OPEN, jaarlijks rapporteren hoeveel producten zij op de Nederlandse markt brengen en een afvalbeheerbijdrage betalen. Met deze bijdrage wordt de inzameling, sortering en verwerking van afgedankte producten georganiseerd. Zonnepanelen worden daarbij expliciet als productgroep genoemd.
Deze verplichting geldt voor de producent of importeur en is geen keurmerk waaraan de installatie bij een woning moet voldoen.
Lidmaatschap van een brancheorganisatie
Installatiebedrijven kunnen zijn aangesloten bij een brancheorganisatie, zoals Techniek Nederland of Holland Solar. Een branchelidmaatschap is geen bewijs dat iedere afzonderlijke installatie automatisch aan alle technische eisen voldoet.
Een aangesloten bedrijf kan via de branche wel worden geïnformeerd over nieuwe regels, normen en ontwikkelingen. Vraag altijd welke garanties, leveringsvoorwaarden en klachtenregeling op de overeenkomst van toepassing zijn.
Holland Solar heeft daarnaast de gedragscode Zon op Woningen opgesteld. Deze gedragscode geeft installateurs richtlijnen voor een veilig en kwalitatief zonnestroomsysteem, maar vervangt de geldende wetgeving en technische normen niet.
Aandachtspunten
- Zonnestroominstallaties kunnen storingen geven op radiofrequenties als ze niet op de juiste manier of niet met de juiste apparaten gemonteerd worden. Op de website van Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (voorheen agentschap Telecom) vind je informatie voor zendamateurs over frequenties in combinatie met zonnepanelen.
- CE-markering staat voor Conformité Européenne. Let wel op bij producten afkomstig uit China. Chinese bedrijven hebben namelijk ook een CE-logo ontwikkeld. Deze staat voor China Export mark. Dit is geen geldig logo in Europa. Er zit een klein verschil tussen het Europese en het Chinese logo. Bij het Chinese logo staan de C en de E dichter bij elkaar. Zie afbeelding.

Afbeelding: Europees en Chinees CE-logo
Hoe nu verder
- Verduurzamen met zonnepanelen (e-book)
- Collectieve Inkoop Zonnepanelen: zonnepanelen van hoge kwaliteit tegen een scherpe prijs via Vereniging Eigen Huis